Steun voor Science in Transition van Rathenau Instituut en KNAW
maandag 3 maart 2014Jan Staman van het Rathenau Instituut en Hans Clevers van de KNAW hebben zich positief uitgelaten over Science in Transition.
Staman: “Science in Transition heeft gelijk”
Tegen DUB zegt Rathenau-directeur Jan Staman: “Je kunt natuurlijk zeggen: wij wetenschappers zijn min of meer heilig, betaal ons maar en wacht dankbaar af tot onze genade over u komt. Science in Transition antwoordt: zo werkt het niet meer. En gelijk hebben ze. Wetenschappers hoeven niet als een bedreigde diersoort te reageren als de maatschappij vraagt wat de wetenschap nu eigenlijk oplevert. Betere voorlichting is niet het antwoord; het publiek is niet dom. Wetenschappers moeten vooral naar zichzelf kijken en zich afvragen: hoe wil ik me verhouden tot de samenleving?” Lees het hele interview.
Clevers: “Wij moeten SiT vertalen naar oplossingen”
Tegen Folia zegt KNAW-president Hans Clevers dat hij aan de slag gaat met de aanbevelingen van Science in transition. “Over Science in Transition (SiT), de beweging van wetenschappers die pleit voor een fundamenteel andere organisatie van de wetenschap, toonde hij zich positief. ‘Ik spreek niet namens de hele wetenschap, maar ik zelf vind het heel goed. Als je binnen de wetenschap, maar zichtbaar voor iedereen, die discussie op gang brengt: dat vind ik prima.’
“Volgens Clevers is de KNAW de geëigende organisatie om met de aanbevelingen van SiT aan de slag te gaan. ‘Het heeft de meeste autoriteit als wij die kreten gaan vertalen naar zinnige probleemstellingen en eventuele oplossingen aandragen.’” Lees hier het hele interview.
« terug naar overzicht1 reactie
|
Henry Otgaar |
woensdag 19 maart 2014 |
|
Baanbrekend en innovatief onderzoek lijkt samen te hangen met sjoemelarij. Althans: die indruk krijg je als je naar de psychologie kijkt. Die wordt namelijk opgeschrikt door casuïstiek over frauderende psychologen. Ze vonden innovatieve resultaten. Ze pleegden echter ook fraude. We kennen ze onderhand wel. Stapel en Smeesters bijvoorbeeld. Er zijn er helaas nog meer. We weten dat de meeste fouten in psychologisch onderzoek waarschijnlijk niet doelbewust zijn gemaakt. Gelukkig maar. Die fouten vallen onder de vele vrijheidsgraden die een wetenschapper heeft tijdens het analyseren, interpreteren en het opschrijven van resultaten. Wetenschappers komen ze vaak genoeg tegen. Een proefpersoontje hier en daar bij testen, niet-significante resultaten niet publiceren, tussendoor effe al wat analyses draaien. Mocht je het nog niet weten: echt waar. Ze kunnen de kans op toevalsbevindingen aardig vergroten. Wat we nog niet weten is of toptijdschriften vooral topartikelen of flopartikelen bevatten. Een toptijdschrift in de psychologie is Psychological Science. Het tijdschrift over zichzelf: “the flagship journal of the Association for Psychological Science, is the highest ranked empirical journal in psychology and is truly a leader in the field”. Dat is duidelijke taal. Het is het tijdschrift waarover het gerucht de ronde doet dat het alleen “sexy research” publiceert. Je weet wel, onderzoek dat laat zien dat bijgeloof positief samenhangt met uitstekende cognitieve en lichamelijke prestaties. Of dat onethisch gedrag creativiteit in de hand werkt. Innovatief en sexy. Het klinkt onwaarschijnlijk, maar bewijs ervoor schijnt ervoor geleverd te zijn. Er is nog nooit onderzoek gedaan naar de betrouwbaarheid van al die sexy artikelen. De Amerikaanse onderzoeker Gregory Francis onderzocht een grote set van artikelen die tussen 2009 en 2012 in Psychological Science was gepubliceerd. Hij keek vooral naar de resultaten van die artikelen en de statistiek daarachter. Van de artikelen die hij kon analyseren vond hij dat maar liefst 82% (n = 36) ernstige fouten bevatten. Flopartikelen dus. Het komt overeen met het onderbuikgevoel dat veel onderzoekers al hadden over het tijdschrift. Een soort “to-good-to-be-true” gevoel. Wat nu? Geen artikelen meer sturen naar dit tijdschrift? Misschien moeten we nieuw leven blazen in tijdschriften die nooit een hele goeie reputatie hebben gekend. Tijdschriften als Psychological Reports en Perceptual and Motor Skills. Dat zijn tijdschriften waarover geruchten de ronde doen dat negatieve bevindingen daar wel gepubliceerd konden worden. Gregory Francis zou eens artikelen van die tijdschriften onder de loep moeten nemen. Het zou zomaar eens kunnen zijn dat daar veel top- in plaats van flopartikelen zijn gepubliceerd. |
|

Geef een reactie