‘Goudmijn’ aan data eerder vloek dan zegen

vrijdag 3 augustus 2018

Bevolkingsonderzoek levert talloos veel metingen op, maar ook een hoop schijninzichten. Onderzoekers van de Volkskrant bekritiseren de huidige methode van wetenchappelijk onderzoek, en zijn met name bang dat de grote hoeveelheden ‘ruis’ het vinden van werkelijk nuttige verbanden in de weg staat.

Steeds meer en steeds vaker wordt er in Nederland cohortonderzoek verricht, denk aan het Generation R-cohort in Rotterdam en de ‘Maastricht Studie’ in het Maastrichtse UMC. In eerste instantie lijkt grootschalig cohortonderzoek veel voordelen te hebben: het biedt kansen om verbanden aan te tonen of te ontdekken waar zonder deze grootschalige informatie geen kennis over was geweest. Helaas heeft het ook zijn keerzijde. Onderzoekers krijgen een statistisch oerwoud aan gegevens voor hun kiezen. Dit brengt verstrengeling van leefstijlproblemen en gezondheidsgewoonten met zich mee, waardoor keiharde verbanden moeilijk, en schijnverbanden ontstaan vanuit ruis gemakkelijker, gevonden worden. De huidige publicatiedruk heeft hier geen positieve invloed op. Het creëert de verleiding tot dredging: snel tot een ‘vondst’ willen komen door gegevens zo in te delen dat er statistische relevantie ontstaat. Het blijkt dat er uit cohortstudies met name véél publicaties volgen, in plaats van kwalitatief goede vondsten. Hoogleraar interne geneeskunde Yvo Smulders van het VUmc noemt het ‘een hoop bagger’, waar de medische wereld ‘geen bal’ mee opschiet. Vervolgonderzoek heeft hierdoor een zeer zwakke fundering en op een gegeven moment zal alles als een natgeregeld zandkasteel in elkaar zakken.

Lees hier het volledige artikel van de statistici van de Volkskrant.

« terug naar overzicht

Geen reacties