Wageningse hoogleraar: “Onderwijs geven aan de universiteit komt op de tweede plaats”

donderdag 30 maart 2017

Als ambitieus onderzoeker kun je je met onderwijs maar beter zo min mogelijk bezighouden. Dat stelt prof. dr. ir. Jan-Willem van Groeningen van de Universiteit van Wageningen in een interview met de Volkskrant van 30 maart 2017 naar aanleiding van zijn oratie.

Van Groeningen gaat in op het belang van onderzoekswerk bij het aanvragen van een Veni-beurs of Vidi-beurs van NWO. “Onderwijs telt daarin niet mee. Sterker, wie onderwijsuren maakt kan daarin geen onderzoek doen. Commissies zien dat in praktijk als een nadeel”.

De Wageningse hoogleraar plaatst vraagtekens bij de manier waarop het financieringssysteem selecteert op wetenschappers aan universiteiten die geen onderwijs willen geven. “Er zit een perverse prikkel in het systeem, die maakt dat het onderwijs aan de universiteit op de tweede rang komt. Dat is slecht voor de studenten.”

Ook een goed gedocumenteerd onderwijsdossier zou moeten meetellen bij de aanvraag van een beurs, pleit Van Groeningen. “Nu moet je laten zien dat alles en iedereen profiteert van het werk, behalve de studenten die je universiteit opleidt. Terwijl het opleiden van nieuwe academici bij uitstek een maatschappelijk belang is”.

Lees hier het volledige interview met Jan-Willen van Groeningen.

« terug naar overzicht

Geen reacties