UMC Utrecht beloont ook streven naar impact

donderdag 27 oktober 2016

Het UMC Utrecht heeft een nieuwe methode ontwikkeld om onderzoek en onderzoekers te beoordelen. Bij de nieuwe beoordeling staat het creëren van impact centraal. Onderzoekers wordt onder andere gevraagd hoe ze tot hun onderzoeksvragen zijn gekomen en wat ze doen om de resultaten van hun werk verder te brengen.

“Niet tellen maar lezen”, stelt decaan en vice-voorzitter van de raad van bestuur prof. dr. Frank Miedema van het UMC Utrecht. “Dat is de essentie van onze nieuwe beoordelings-methode. De methode is deels beschrijvend en kwalitatief. We willen hiermee in kaart brengen hoe onderzoekers en onderzoeksprogramma’s toegerust zijn om impact te creëren met hun resultaten. Het is onder andere een stimulans om samenwerkingen met partijen buiten het UMC aan te gaan.” Als mede-oprichter van Science in Transition in 2013 heeft Frank Miedema sterk bijgedragen aan het debat over publicatiedruk in de wetenschap.

Internationale discussie: increasing value, reducing waste
De nieuwe beoordelingsmethode is een reactie op de internationale discussie over publicatiedruk, perverse prikkels en reproduceerbaarheid in de wetenschap. Momenteel worden onderzoekers veelal afgerekend op het aantal wetenschappelijke publicaties dat ze schrijven en de tijdschriften waarin die publicaties verschijnen. Dit heeft geleid tot een enorme toename van het aantal wetenschappelijke publicaties, maar ook tot grote zorgen over de kwaliteit en relevantie ervan. In 2014 pleitte een grote groep wetenschappers in tijdschrift The Lancet daarom voor “increasing value, reducing waste” in biomedisch onderzoek. Eerder deze maand bepleitten in het tijdschrift Nature Biotechnology drie onderzoekers van het UMC Utrecht een nieuw beloningssysteem voor wetenschappers om een stevige brug te slaan tussen onderzoek en toepassing.

Aansluiting bij Gezondheidsraad en de VSNU
Het UMC Utrecht sluit met het nieuwe beleid nauw aan bij de aanbevelingen van de Gezondheidsraad van twee weken geleden. De Gezondheidsraad stelt namelijk: “Het onderzoek dat wordt gedaan in universitaire medische centra kan meer bijdragen aan kwaliteit en betaalbaarheid van zorg en preventie. Dat vraagt om structurele samenwerking met andere zorgverleners, patiënten en gemeenten, zodat de vragen worden onderzocht die er in de praktijk toe doen.” Alle Nederlandse universiteiten, verenigd in de VSNU, ondertekenden in december 2014 de San Francisco Declaration on Research Assessment die oproept om individuele onderzoekers niet te beoordelen via de impact factor van de journals waarin ze publiceren.

Subsidiegevers beoordelen onderzoek ook anders
Het beoordelingsbeleid van het UMC Utrecht past goed bij de nieuwe koers van bijvoorbeeld het KWF en de Hartstichting. Want in het nieuwe subsidieprogramma Onderzoek & Implementatie wil KWF “onderzoeksresultaten vaker en sneller vertalen naar toepassingen voor patiënt en publiek. [E]en nieuwe manier van financieren, beoordelen en werken.” De Hartstichting heeft samen met burgers en patiënten een onderzoeksagenda geformuleerd. “De onderzoeksagenda is een lijst met 5 thema’s, die we hebben vastgesteld op basis van wensen uit de samenleving. In deze thema’s gaan we extra investeren.”

Portfolio voor kandidaat-hoogleraren
Voor het benoemen van hoogleraren houdt de nieuwe methode in dat kandidaten wordt gevraagd een portfolio in te vullen. Daarin moeten ze behalve hun wetenschappelijke output ook op hun prestaties schetsen op de domeinen onderwijs; kliniek; innovatie en impact; leiderschap, ontwikkeling en samenwerking. Hierdoor krijgt een benoemingscommissie een breder beeld van de kandidaat dan via een gebruikelijk cv en publicatielijst. De eerste hoogleraren zijn benoemd via deze aanpak. Het UMC Utrecht gaat het portfolio gebruiken bij alle hoogleraarsbenoemingen, zo’n twintig per jaar.

Niet alleen kijken naar uitkomsten
Bij het beoordelen van onderzoeksprogramma’s betekent de nieuwe aanpak dat onderzoekers naast de uitkomsten van hun onderzoek ook moeten beschrijven hoe de structuren en processen eruitzien. Hoe is leiderschap georganiseerd? Hoe zijn ze tot hun onderzoeksvragen gekomen? Met wie werken ze samen? Hebben ze nagedacht over ‘the next step’ bij positieve resultaten? Hoe is de methodologische kwaliteit van het onderzoek? De zes onderzoeksprogramma’s van het UMC Utrecht gebruiken de methode momenteel om zichzelf te evalueren, voor het eind van dit jaar moet dat afgerond zijn. De aanpak zal de komende jaren verder toegepast worden in het UMC Utrecht. Overigens zullen niet alle onderzoekers al kennisgemaakt hebben met de nieuwe methode, dat kost tijd in een grote organisatie als het UMC Utrecht.

Samen met stafadviseur Rinze Benedictus van het UMC Utrecht beschrijft Miedema het nieuwe beoordelingsbeleid in een commentaar in het tijdschrift Nature, dat donderdag 27 oktober verschijnt. Nature wijdt een serie artikelen aan de prestatiedruk waar met name jonge onderzoekers mee kampen.

« terug naar overzicht

Geen reacties